Visserstrui

Benodigdheden

  • Garen (koren- of diepblauw), ca 800 gram

Geschikt voor naalddikte 3 mm, looplengte: 330 meter per 100 gram

  • Lange dubbelpuntige naalden (4), 3 mm
  • Of: rondbreinaald, 3 mm, 100 cm 
  • Stekenmarkeerders
  • Stopnaald met stompe punt
  • Schaar
  • Optioneel: ruitjespapier en potlood, voor aanpassingen

Opmerkingen

  • Looplengte: De trui in de werkwijze is gebreid met een wolmix garen met een looplengte van 330m per 100 gram.
  • T-model: De trui heeft een eenvoudig T-model. Oorspronkelijk werden de mouwen recht aan het lijf gezet. De mouwen kunnen echter ook iets worden ingezet, wat tijdens het dragen vaak mooier valt. Kies de uitvoering die de voorkeur heeft.
  • Strak of ruim: Visserstruien werden oorspronkelijk zeer strak op dunne naalden gebreid. Hierdoor waren ze stevig en goed bestand tegen de weersomstandigheden. Tegenwoordig wordt deze pasvorm minder comfortabel gevonden en worden de truien wat ruimer gebreid. Een te ruime pasvorm wordt echter afgeraden.
  • Rond en plat: De trui wordt tot aan de oksel in het rond gebreid, daarna wordt het voor- en achterpand verder plat naar boven gebreid.
  • Minderen: Het is mogelijk steken te minderen aan de zijkanten voor een ingezette mouw. Het voor- en achterpand is hetzelfde.
  • Dunner garen: De trui kan ook met dunner garen, zoals sokkengaren, worden gebreid. Maak in dat geval altijd eerst een proeflapje en gebruik dunnere naalden. Een andere garendikte heeft invloed op het aantal steken en de motieven.

Controleer de stekenverhouding en pas de motieven indien nodig aan voordat de trui wordt gebreid. Gebruik hiervoor ruitjespapier.

  • Platbreien: De trui wordt bij voorkeur in het rond gebreid, maar plat breien is ook mogelijk. Hieronder volgt een korte toelichting voor deze werkwijze.

Bij plat breien worden het voor- en achterpand afzonderlijk gebreid. Voeg aan beide uiteinden een kantsteek toe. Deze kantsteken worden later gebruikt om de panden met een matrassteek of een andere steek naar keuze aan elkaar te zetten.

Bij plat breien worden de steken op de teruggaande toeren gebreid zoals ze zich voordoen. Let hierbij goed op de telpatronen. Vooral bij visnetten en Godsoog wordt het patroon per toer smaller of breder. De werkwijze voor plat breien wordt verder niet in het patroon beschreven.

Uitleg over maatvoering

Maat en verhoudingen: Het patroon gaat uit van maat 52/54/L. De trui is echter eenvoudig aan te passen door de tussenruimtes en motieven te vergroten of te verkleinen.

Als uitgangspunt wordt de trui in drie gelijke delen verdeeld. Dit hoeft niet exact op de centimeter te worden aangehouden. De breedte van iedere schouder bedraagt ca. ⅓ van de totale breedte, evenals de hals. Verticaal is de trui verdeeld in ⅓ van schouder tot oksel en ⅔ van oksel tot en met de boord.

De trui wordt vaak over het striept boadjen gedragen. Houd hier bij het opmeten rekening mee.

Meet de borstomvang direct onder de oksels en tel minimaal 6 cm toe. Voor een iets ruimere trui kan 8–10 cm extra worden aangehouden. Een andere mogelijkheid is een goed passende trui als uitgangspunt te gebruiken en deze op te meten.