De zilveren broekstukken die gebruikt worden om de mannenbroek af te sluiten hebben vaak een Bijbelse afbeelding. Historicus Elisabeht Oost deed onderzoek naar die afbeeldingen en daaruit blijkt dat ze zorgvuldig zijn gekozen. “Ze dienen soms als voorbeeld maar meestal als moralistische waarschuwing van seksuele aard.”

De broekstukken werden van oudsher gebruikt om de broek af te sluiten. Eerst werden hier munten voor gebruikt. “In de achttiende eeuw kwamen de bolle knopen in opkomst. Deze knopen hadden de grootte van een rijksdaalder en vertoonden diverse Bijbelse voorstellingen. In de Nederlandse volkskunst komen we de Bijbelse voorstellingen veelvuldig tegen als uiting van het godsdienstig besef. Op meubelen en betimmeringen zien we die tot het midden van de zeventiende eeuw in de hogere kringen, daarna wordt het populair bij de gewone man. De late opkomst van de Bijbelse taferelen op de Urker broekstukken sluit hier bij aan”, aldus Elisabeth. “De afbeeldingen op de knopen van de Urker mannendracht beleken zorgvuldig te zijn gekozen. De plaats waar de knopen bevestigd waren, de klep (klappe) aan de voorkant ter afsluiting van de broek leende zicht het beste voor een moralistische waarschuwing van seksuele aard. Zo zou de drager op het moment dat hij in de verleiding zou komen, eerst de verbeelde waarschuwing langs moeten gaan alvorens tot de daad over te gaan.”
Opvallen is echter dat de vrouw vaak als verleider wordt afgebeeld in plaats van de man las versierder. Een veel voorkomend motief is dat de vrouw van Potifar die Jozef probeert te verleiden. Op Urk ken men ook de afbeelding van de Samaritaanse Vrouw. Zij wordt er door Jezus op aangesproken dat ze al vijf mannen heeft gehad en dus een losbandig leven leidt. De onkuisheid van de vrouw verdwijnt op de achtergrond als de vrouw zich tot Jezus keert. Deze afbeelding is dus enerzijds een waarschuwing tegen onkuisheid en anderzijds een voorbeeld voor de christelijke navolging.

Een vaak voorkomende voorstelling is ook die van Salomo’s oordeel. De nadruk ligt in de voorstelling op de vrouwen. Algemeen neemt men aan dat ze van lichte zeden waren, omdat er geen man ten tonele wordt gebracht. De vrouwen fungeren als waarschuwing dat een onzedig leven alleen maar ellende met zich meebrengt.
In de afbeelding van adma en Eva staat ook de vrouw centrall als degene die de man verleidt. Ook in de afbeelding van David en Batsheba wordt niet David als de schuldig aangewezen, maar ligt de nadruk op Batsheba als onkuise vrouw die niet had moeten baden, waardoor David in de verleiding kwam.
In de abeelding van koningin Esther dien de vrouw el als voorbeeld. Als koningin Vasthi volgde ze haar geloof en volgde niet de geboden van haar man. Als trouw echtgenoot behoedde ze hem wel voor een moordaanslag. Volgens Elisabeht Oost werd de moraliserende boodschap op de broekstukken waarschijnlijk al in de negentiende eeuw niet meer begrepen. “Het zijn vooral pronkstukken geworden die met gepaste trots worden gedragen bij de Urker dracht”.

