Klederdrachtambassadeur: Puck van de Zwan

Puck van der Zwan: De gedreven ambassadeur van de Urker klederdracht

Puck van der Zwan (1944) raakte als kind uit een Noordwijks vissersgezin al jong gefascineerd door klederdracht. In Noordwijk zag hij zijn grootmoeder en andere bejaarde vrouwen ’s zondags nog in traditionele kleding naar de kerk gaan.

“Ik hielp in Noordwijk het museum op te zetten en kreeg daar meteen de klederdrachtafdeling onder mijn hoede,” vertelt Puck. Al snel begon hij daar ook met het verzorgen van klederdrachtshows.

Een vreemde eend op Urk

In 1967 verhuisde Puck naar Urk om te werken als onderwijzer. Waar veel Urkers de traditionele dracht als iets alledaags zagen, herkende Puck als ‘import-Urker’ meteen de historische waarde en schoonheid van deze levende cultuur.

Destijds liepen er nog zo’n vierhonderd vrouwen in dracht op het voormalige eiland. Toch was de traditie op zijn retour: wie de kleding bleef dragen, werd soms zelfs voor gek gehouden. Puck zag de noodzaak om de Urker dracht te beschermen: “Bij ons in Noordwijk was het toen allemaal al verdwenen.”

Hij begon op Urk meteen met het verzamelen van klederdracht. “Er werd ontzettend veel weggegooid.” Lokale bewoners boden hem unieke stukken aan, zoals een zeldzaam rouwhoedje. “Mensen zagen simpelweg dat ik er echte belangstelling voor had.”

Klederdracht op het podium

Vlak na zijn aankomst richtte Puck het kinderkoor Klein maar dapper op. “Binnen een jaar zongen er honderd kinderen in het Urker.”

Later kreeg hij de vraag of hij ook iets kon betekenen voor oudere draagsters die graag wilden zingen, maar liever geen burgerkleding droegen. Daarom lanceerde hij in 1976 dameskoor De Lofstem. Dit koor groeide snel uit tot 50 vrouwen in klederdracht. De jongste deelneemster was 56 jaar, maar de gemiddelde leeftijd steeg snel. Puck: “Later probeerden we nieuwe leden aan te trekken, maar die moesten wél een eigen Urker pak regelen voor de uitvoeringen.”

Met beide koren verzorgde Puck jarenlang klederdrachtshows waarin hij uitleg gaf over de verschillende kledingstukken:

De één droeg het Avondmaalskostuum, de ander een daagse of zondagse boezel, een zwarte doek voor de kerk of een rouwhoed. Sommigen namen zelfs een kleinkind in dracht mee. Ze vonden het geweldig om te doen.

Dankzij De Lofstem leerde Puck de laatste generatie echte draagsters door en door kennen en legde hij hun verhalen vast. Het dameskoor zou uiteindelijk precies 30 jaar bestaan, tot het voor de hoogbejaarde leden niet meer haalbaar was.

‘Puck goud’

Omdat sieraden voor de kinderdracht nauwelijks nog te krijgen waren, ging Puck ze zelf maken. “Er waren nog wel oorijzers en de bessies maakten kledingstukken, maar sieraden ontbraken. Dat werd mijn nieuwe hobby.”

Tot op de dag van vandaag maakt Puck slotjes, speldjes en boezelhaakjes voor Urkerdag. Hij verkoopt ze voor een klein prijsje onder de geuzennaam ‘Puck goud’.

Het succes van Urkerdag

Als klederdrachtambassadeur van het eerste uur zette Puck zich in voor de jaarlijkse Urkerdagen. Toch liep het in het begin nog niet storm: “Mensen die in dracht liepen, werden in de beginjaren soms nog uitgelachen.”

Eind jaren tachtig veranderde dat toen Puck een klederdrachtwedstrijd introduceerde, inclusief deskundige jury en prijzen. “Toen sloeg het ineens massaal aan.”

In de jaren 90 nam de populariteit van de klederdracht steeds verder toe. De missie van de klederdrachtgroep werd helder: de dracht zo authentiek mogelijk houden. “Als we dat loslaten, wordt het een carnavalsoptocht,” aldus Puck.

Om de historie te borgen, stelde hij in 1997 het boek Urker Goed. Urker klederdracht anno 1997 samen. Dit boek groeide uit tot hét standaardwerk over de historie, materialen, technieken en rituelen van de Urker dracht.

Een levend erfgoed

Na tientallen jaren van actieve inzet moest Puck na de eeuwwisseling om gezondheidsredenen een stap terugdoen. Tegenwoordig verzorgt hij voornamelijk nog shows voor toeristen op de Urker boot. “Mensen vinden het prachtig. Ze zien op die manier iets puurs en echts van Urk.”

Puck kijkt met trots terug op de herleving van de traditie: “Klederdracht is echt een groepsgebeuren geworden. Als van de vijf vriendinnen er twee ‘Urker goed’ dragen, willen de anderen niet achterblijven.”

Bronvermelding: Urcker Kronieken – Klederdracht