Het kleurrijke verleden van de Urker Klederdracht

Hoe mode, rouw en geloof een kleurrijke dracht veranderden in sober zwart

Wie aan de Urker klederdracht denkt, ziet al snel de sobere, voornamelijk zwarte kleding voor zich. Maar dat is niet altijd zo geweest. In het verleden was de Urker dracht juist heel kleurrijk en kwam zwart er amper in voor. Pas onder invloed van Europese mode, ingrijpende gebeurtenissen en het calvinistische geloof ontstond de sobere vorm zoals we die nu kennen.

Oorsprong in de zestiende eeuw

Urker Vrouw in Winterkleding 1856
Urker Vrouw in Winterkleding 1856

Klederdracht ontstond in de zestiende eeuw. Kleding was in die tijd een belangrijk middel om standsverschillen en welstand te tonen: adel en geestelijken droegen heel andere kleding dan boeren, vissers, ambachtslieden en kooplieden.

Hoewel klederdrachten mee veranderden met de mode, was die invloed op het afgelegen eiland Urk aanvankelijk minimaal. De zestiende-eeuwse kledingvormen bleven er daardoor eeuwenlang behouden.

  • 1840: De oudst bekende afbeeldingen van de Urker dracht stammen uit 1840, toen Jonkheer Pieter van Loon Urkers schetste op Schokland.
  • 1856: Kunstenaars Valentijn Bing en Braet von Ueberfeldt legden de Urker dracht gedetailleerd vast. Hierin is de kleurigheid van de achttiende-eeuwse mode nog duidelijk te zien:
  • Het huidige zwarte ‘doekien’ werd toen gedragen in felle kleuren als groen, rood en blauw.
  • Het bovenbaadje (rokje) droeg men open, waardoor een kleurrijk onderbaadje met rijen zilveren knopen zichtbaar werd. Hoe meer knopen, hoe welvarender de drager.
  • Vrouwen droegen opvallend kleurrijke hullen, mouwen en rokken.

De Urker dracht was in die periode nog nauw verwant aan de Schokker dracht. Omdat Schokland in 1859 werd ontruimd, bleef die dracht altijd kleurrijk. Op Urk zette de versobering juist rond het einde van de negentiende eeuw in.

De omslag: Mode, tragiek en het geloof

Urk, Noord Holland 1857
Urk, Noord Holland 1857

De overgang naar zwarte en sobere kleding had verschillende duidelijke oorzaken:

1. Internationale modetrends (Koningin Victoria)

Na het overlijden van haar echtgenoot prins Albert in 1861 besloot de Britse koningin Victoria de rest van haar leven in het zwart te gaan. Dit voorbeeld vond navolging in heel Europa en Amerika, met name in de betere kringen. De etiquette rondom rouwkleding werd extreem streng: wie zich er niet aan hield, baarde opzien.

2. Scheepsrampen op Urk

Aan het einde van de negentiende eeuw werd Urk getroffen door meerdere grote scheepsrampen. Vrijwel het gehele eiland kwam in diepe rouw te staan, waardoor de kleding op grote schaal werd aangepast. Onder de druk van etiquette en maatschappelijke verwachtingen keerde de oorspronkelijke kleurigheid nooit meer terug.

3. Het protestantisme

Ook het geloof speelde een grote rol. De soberheid van het calvinisme stelde strikte eisen aan kleding. Zo moesten vrouwen volgens de strenge predikant Jean de Labadie hun blote armen bedekken. Op Urk droegen vrouwen deze gebreide armbedekking — op Urk ‘wintjes’ genoemd — vooral bij het kerkbezoek en het heilig avondmaal.

Veranderingen in de twintigste eeuw

Urk, Noord Holland 1857
Urk, Noord Holland 1857

Sinds het begin van de twintigste eeuw is de dracht amper meer veranderd. Toch waren er nog enkele opvallende vernieuwingen:

  • Haardracht en karpoets: In de jaren twintig veranderde de haardracht van vrouwen. Ze droegen hun haar niet langer kort met een pony, maar lieten het langer groeien. Zo ontstonden de bekende dotten haar onder de hulle. Jongeren draaiden bovendien hun karpoets om, zodat de strikjes aan de voorkant kwamen te zitten — een manier om zich af te zetten tegen hun ouders.
  • Verval van de dracht: Al voor de Tweede Wereldoorlog groeide er een generatie op die de dracht niet meer dagelijks droeg. Een tekort aan specifieke klederdrachtstoffen versnelde dit proces.

Praktisch en comfortabel

Volgens kenner Puck van der Zwan had de Urker dracht een groot voordeel ten opzichte van drachten uit andere regio’s: het zat comfortabel en volgde de natuurlijke vormen van het lichaam.

  • Vrouwenkleding: Het middelde (een rijglijf) stamt af van de achttiende-eeuwse Parijse mode. Waar vrouwen daar strak werden ingesnoerd, ontwikkelde het zich op Urk tot een goedzittend en ondersteunend korset.
  • Mannenkleding: Volledig afgestemd op het zware vissersbestaan op zee. Verschillende kledinglagen hielden de mannen warm in weer en wind:
    • Zomer: Het lichtere tabé.
    • Winter: Het lakense pak of het extreem dikke, ruwe en stevige duffelse pak.
    • Werkkleding: Het pilose pak. Dit kledingstuk was waterafstotend, werd grijs door het vele wassen en zat vaak vol herstellappen. Het functioneerde als een soort lappendeken, maar dat vond niemand erg: op zee zag iedereen er zo uit.

Bron: Klederdracht Magazine,